Op 25 maart 2026 wees de WIM-kamer van het gerechtshof Den Haag haar arrest in de strafzaak tegen de Nederlandse Hasna A., die in 2015 met haar minderjarige zoon was afgereisd naar het zogeheten ‘kalifaat’ van IS. Hasna A. was bij vonnis van 11 december 2024 reeds door de rechtbank veroordeeld voor lidmaatschap van terreurorganisatie IS, deelname en bevordering van terroristische misdrijven van IS en het in hulpeloze toestand brengen en houden van haar minderjarige zoon met wie zij jarenlang in het oorlogsgebied verbleef. Het zwaarste misdrijf waarvoor Hasna A. door de rechtbank was veroordeeld, was evenwel het internationale misdrijf slavernij gepleegd tegen een tot slaaf gemaakte Jezidi-vrouw die in de strafzaak wordt aangeduid als ‘Z.’, bijgestaan door advocaten Brechtje Vossenberg en Barbara van Straaten.
De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep in deze strafzaak –een zaak die ook bekend staat onder de naam ‘Banning’— vond plaats van 9-11 februari 2026 op het Justitieel Complex Schiphol. Op de tweede dag van de inhoudelijke behandeling bij het gerechtshof maakte Z. via haar advocaat Brechtje Vossenberg gebruik van het spreekrecht, en werd naast het betoog van de advocaat ook een door Z. zelf ingesproken videoboodschap afgespeeld. Hasna A. was in eerste aanleg ook vervolgd voor slavernij jegens een tweede Jezidivrouw maar werd daarvoor wegens bewijsgebrek vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie besloot om vergelijkbare redenen het hoger beroep tegen die vrijspraak niet door te zetten.
In het gisteren gewezen arrest, werd niet alleen de veroordeling van Hasna A. voor terrorismemisdrijven en het in hulpeloze toestand brengen van haar zoontje door het gerechtshof bevestigd. Het gerechtshof bevestigde ook de veroordeling voor slavernij jegens Z. en veroordeelde Hasna A. tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 jaar. Bij de strafmaat werd onder meer overwogen:
“Met haar handelen heeft de verdachte op mensonterende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer Z., een jezidi. Uit de verklaringen van het slachtoffer blijkt zeer duidelijk hoezeer zij heeft geleden terwijl zij als slavin werd gehouden en welke gevolgen dit voor haar heeft gehad. Dit handelen van de verdachte was bovendien een onderdeel van de stelselmatige aanval van IS op de jezidi gemeenschap. Misdrijven tegen de menselijkheid behoren tot de ernstigste misdrijven die er zijn, te weten de internationale misdrijven die de hele internationale gemeenschap met zorg vervullen en die niet onbestraft mogen blijven. De aanval van IS op de jezidi gemeenschap, waarbij vrouwen en meisjes tot slaaf werden gemaakt, heeft op grote schaal internationale verontwaardiging en verontrusting gewekt. Het hof rekent het de verdachte aan dat zij zich op geen enkele wijze heeft bekommerd om de persoon die het slachtoffer Z. was, maar haar samen met haar mededader voor haar eigen gerief als slavin gebruikte.”
Anders dan de rechtbank, heeft het gerechtshof op grond van het toepasslijk Syrisch civiel recht ook de schadevordering van Z. behandeld en haar immateriële schadevergoeding toegekend.
Bijlagen
- Het persbericht van het gerechtshof van 25 maart 2026
- Het persbericht van Yazda, met daarin onder meer de reactie van cliënte Z. op het arrest
- Het persbericht van de Nuhuanović Foundation
Zie ook
- Navrouzov (Yazda), ‘Beyond the courtroom: making justice visible to the Yazidi community’ (Justiceinfo.net). Een opniestuk waarin de directrice van Yazda de Nederlandse gerechten prijst voor het via livestreams digitaal toegankelijk maken van de strafzaak ‘Banning’ voor de Jezidigemeenschap buiten Nederland.
Eerdere berichten
- Nederlandse IS-bruid Hasna A. vandaag door de rechtbank Den Haag veroordeeld voor slavernij van Jezidi-vrouw in Syrië
- Start inhoudelijke behandeling strafzaak Hasna A. (misdrijven IS tegen Jezidi's)

[Bron: onbekend (public domain). Beeld van Lalish, tevens de achtergrond van de videoboodschap van Z. tijdens de inhoudelijke behandeling van het appèl]