Op 19 maart 2026 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak over een verzoek om een spoedvoorziening geoordeeld dat twee studenten uit Gaza geëvacueerd moeten worden.
Redengevend voor deze uitspraak vond de Afdeling de zeer bijzondere omstandigheden waar de studenten zich in bevinden: de schrijnende situatie in Gaza in combinatie met het gegeven dat het onmogelijk of zeer moeilijk is om Gaza zelfstandig te verlaten.
Cliënten hebben al eerder een beslissing tot afgifte van een verblijfsrecht ontvangen van de Minister van Asiel en Migratie, met het doel om aan een Nederlandse universiteit te studeren. Hun enige vraag aan de Minister van Buitenlandse Zaken was om hulp te krijgen om de grens bij Gaza over te steken.
Voor de Minister van Buitenlandse zaken betekende het slechts een relatief kleine inspanning om de studenten te helpen. Daarom viel de belangenafweging in het voordeel uit van de studenten.
Eerder besloot de voorzieningenrechter in Den Haag nog dat zij het verzoek niet kon toewijzen omdat de zaak niet bij de bestuursrechter zou horen, maar bij de civiele rechter. De Afdeling geeft hier nog geen duidelijkheid over in deze casus, maar meent dat de belangen van de studenten dusdanig groot zijn dat zij niet kunnen wachten op de behandeling van de bodemprocedures, gezien de tijd die daarmee gemoeid gaat.
De Minister zal nu dus inspanningen moeten verrichten om ervoor zorg te dragen dat de studenten zo snel mogelijk aan hun universitaire studie in Nederland kunnen beginnen.
De studenten werden door advocaat Eva Bezem bijgestaan in deze procedures.
Link naar de uitspraken:
Zie ook
- NRC, B. Hinke 'Drie Gazanen zijn door Buitenlandse Zaken te ‘bevrijden’ uit hun "openluchtgevangenis", zegt hun advocaat' (2 februari 2026)