Op 14, 16, 17 en 23 september 2026 behandelt de rechtbank Den Haag de strafzaak tegen een cliënt van ons die wordt verdacht van betrokkenheid bij IS in Zuid-Damascus in de periode 2014-2018. De situatie in Yarmouk kamp, Al Hajar al-Aswad, Tadamom, Yalda, Babila en Beit Sahem was indertijd door de voortdurende belegering en onderlinge gevechten verschrikkelijk: er hebben afschuwelijke misdrijven plaatsgevonden, onder andere gepleegd door IS. Cliënt is opgegroeid in Yarmouk en woonde in deze periode in Yarmouk kamp en Al Hajar al-Aswad en is familieleden verloren bij de strijd. Hij weet dus als geen ander hoe complex de situatie was. Hij ontkent echter lid te zijn geweest van IS. In 2015 raakte het gebied in twee kanten verdeeld, waarbij over een weer desinformatie en geruchten rondgingen die vaak onjuist bleken te zijn: mensen werden bijvoorbeeld met organisaties in verband gebracht waar ze niets mee van doen hadden. Cliënt stelt dat op dezelfde wijze zijn naam in social media-berichten is gekoppeld aan IS.
Tijdens de inhoudelijke behandeling zal de verdediging stilstaan bij het gebrek aan concreet bewijs ten aanzien van cliënt, alsmede bij de significante problemen waar de verdediging in dit onderzoek tegenaan is gelopen. Hoewel ook wij het van groot belang vinden dat er actief onderzoek plaatsvindt naar vermeende oorlogsmisdaden waar ook ter wereld, onderstreept deze zaak de grote moeilijkheden die dergelijk onderzoek voor de verdediging kan meebrengen. Van de 20 getuigen die de verdediging mocht horen zijn er slechts 9 daadwerkelijk gehoord, waarbij 3 buiten zicht van de advocaten. Het bewijs wordt in belangrijke mate gestoeld op de verklaringen van vijf volstrekt anonieme getuigen, waarbij in één geval de rechter-commissaris pas na een jaar besefte iemand anders te hebben gehoord dan waarom verzocht was. Juist in de complexe chaos van oorlogssituaties moeten de mogelijkheden voor de verdediging om zorgvuldig bewijs te toetsen en zelf bewijs te verzamelen maximaal worden gerespecteerd: iets dat in deze zaak ons inziens onvoldoende is gebeurd.
Op 14 september zal cliënt vragen van de rechtbank beantwoorden, op 16 september is het requisitoir van het OM, op 17 september het pleidooi van advocaten Tamara Buruma en Frederieke Dölle. Op 23 september kunnen partijen op elkaar reageren.
De zaak is te volgen via een livestream van de rechtbank Den Haag, aanmelden daarvoor kan via https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/rechtbanken/rechtbank-den-haag/nieuws/2026/08/livestream-in-strafzaak-onderzoek-lech.