Nieuws 2020

Met trots hebben wij kennis genomen van de recente vermelding van Prakken d'Oliveira in de Chambers Global Ranking 2020. Prakken d'Oliveira werd beloond met een 'band 2' notering in de categorie Civil Liberties & Human Rights Department. We zijn vooral trots op de complimenten die wij van cliënten ontvingen voor de "enourmous commitment" en "outstanding work", evenals de speciale vermelding van Channa Samkalden in de 'Spotlight Table'. De volledige vermelding is hier terug te lezen.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze week eindelijk uitleg gegeven hoe om te gaan met oud-Nederlanders met dubbele nationaliteit die hun Nederlandse nationaliteit hebben verloren omdat zij langer dan tien jaar buiten de EU woonden en niet binnen die tien jaar hun Nederlandse paspoort hebben verlengd. Kort gezegd vindt de Afdeling dat het verlies van de Nederlandse nationaliteit heroverwogen moet worden en dat moet gekeken worden of het wel evenredig is in het individuele geval.

De Afdeling heeft zich gebogen over de zaken van zes oud-Nederlanders van wie paspoortaanvragen bij de Nederlandse ambassades werden afgewezen, omdat zij blijkbaar eerder het Nederlanderschap automatisch waren kwijtgeraakt. Zij stapten naar de rechter, omdat met het verlies van de Nederlandse nationaliteit, ook het EU-burgerschap verloren was gegaan. De Afdeling heeft nu geoordeeld dat deze zes mensen recht hebben op een individuele toets: is het wel evenredig om het Nederlanderschap in te trekken?

Deze zes mensen zijn niet uniek: jaarlijks raken tientallen Nederlanders het Nederlanderschap kwijt omdat zij buiten de EU wonen en simpelweg niet weten wat de gevolgen zijn van het niet tijdig verlengen van hun paspoort. De meeste mensen komen er te laat achter. Ook minderjarige Nederlanders verliezen zonder pardon het Nederlanderschap als hun ouder de Nederlandse nationaliteit verliest. De Rijkswet op het Nederlanderschap kent geen bepalingen waarmee het Nederlanderschap weer kan worden verkregen of met terugwerkende kracht kan worden verleend. Met andere woorden: kwijt is kwijt. Het Europese Hof van Justitie heeft in het arrest Tjebbes gezegd dat het Unierecht in beginsel zulke wetgeving niet verbiedt, maar dat het automatisch verlies niet onevenredig mag zijn.

De Afdeling zegt nu dat de Rijkswet op dit punt in strijd is met Unierecht en dat een wetswijziging noodzakelijk is. Er moet per individueel geval worden gekeken of het verlies van de Nederlandse nationaliteit en daarmee het EU-burgerschap, concrete en voorzienbare gevolgen heeft die onevenredig zijn en in de ‘sfeer van het Unierecht’ liggen. Het toetsingsmoment is het moment van het verstrijken van de tienjaarstermijn.

De gevolgen moeten zich dus afspelen binnen het Unierecht. De Afdeling verwijst dan ook, in navolging van het Hof, naar rechten die zijn gewaarborgd in het Handvest Grondrechten van de EU. Dat iemand zichzelf bijvoorbeeld ziet als Nederlander en zich verbonden voelt met Nederland, rechtvaardigt nog geen beroep op het evenredigheidsbeginsel. Ook moeten de gevolgen zich concreet hebben voorgedaan of redelijk te voorzien zijn.

Zo kunt u denken aan beperkingen die oud-Nederlanders ondervinden omdat zij geen recht meer hebben op vrij verkeer en verblijf, of omdat zij belemmerd worden bij het verrichten van beroepsactiviteiten binnen de EU, maar de gevolgen kunnen nog verder gaan: het niet meer op kunnen zoeken van familie of risico’s die iemand loopt inzake veiligheid of vrijheid door te leven in een onvrij land. Minderjarige kinderen worden de rechten van het EU-burgerschap ontzegd, zoals studeren, wonen of werken, terwijl zij hier zelf niet voor hebben gekozen en daarmee de dupe zijn geworden van een onverbiddelijke wettelijke bepaling.

Bent u oud-Nederlander en meent u dat u uw nationaliteit onterecht hebt verloren? Neem dan contact op met Eva Bezem van onze afdeling migratie- en nationaliteitsrecht.

Zoals eerder bericht heeft het gerechtshof Den Haag op 1 oktober 2019 twee arresten gewezen waarin het beroep van de Staat op verjaring werd gepasseerd ten aanzien van vorderingen die zien op het geweld dat het Nederlandse leger tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in het voormalig Nederlands-Indië pleegde jegens de plaatselijke bevolking. Het eerste arrest is een tussenarrest in de zaak van vijf Indonesische kinderen van mannen die in 1947 door het Nederlandse leger standrechtelijk werden geëxecuteerd op Zuid-Sulawesi (Monji c.s.). Het andere arrest is een eindarrest in de zaak van een Indonesische man die gedurende zijn Nederlands gevangenschap op Java in 1947 werd gemarteld (Yaseman). De zaak Monji c.s. loopt op dit moment verder bij de rechtbank Den Haag; een eindvonnis over de feiten wordt op relatief korte termijn verwacht. Het eindarrest in de zaakYaseman is met het verstrijken van de cassatietermijn eerder deze maand in kracht van gewijsde gegaan.

Met het onherroepelijk worden van het eindarrest inzake Yaseman is bevestigd dat een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is ten aanzien van dit soort slachtoffers (dan wel in strijd is met de goede trouw). Het arrest is daarmee ook van groot belang voor vergelijkbare zaken die zien op claims van andere slachtoffers en nabestaanden van het door Nederland toegepaste oorlogsgeweld.  Zij hopen dat het de weg opent naar verdere erkenning van hun leed en afwikkeling van dit hoofdstuk van onze gezamenlijke geschiedenis.

Yaseman, Monji c.s. en de andere slachtoffers en nabestaanden worden bijgestaan door advocaten Liesbeth Zegveld en Brechtje Vossenberg. Zij hebben recentelijk opnieuw aan de Staat verzocht om een buitengerechtelijke regeling te treffen voor (in ieder geval) de kinderen van standrechtelijk geëxecuteerde mannen, om hen de gang naar de rechter in de toekomst te besparen. In 2013 maakte de Staat reeds een dergelijke regeling bekend ten behoeve van schadeclaims van weduwen van standrechtelijk geëxecuteerden. Tot op heden weigert de Staat echter om voor de kinderen een vergelijkbare regeling te treffen.

190627 Foto Monji en Talle Hof Den Haag c M. van Pagee

[Foto: I. Talle en Andi Monji, kinderen van standrechtelijk geëxecuteerde mannen | Bron: Marjolein van Pagee]

 

De voorzieningenrechter in Amsterdam deed op op 17 december 2019 uitspraak in het kort geding dat zakenman Geerling Offereins aanhangig maakte tegen journalist Okke Ornstein. De zaak draait om de beweerdelijke onrechtmatigheid van twee artikelen die journalist Ornstein schreef over de activiteiten van een Panamese stichting, waarvan Offereins blijkens de oprichtingsakte vice-penningmeester was. De voorzieningenrechter oordeelde dat de artikelen niet onrechtmatig waren, onder meer omdat zij steun vonden in de feiten. De vorderingen van Offereins werden afgewezen.

Ornstein was van mening dat Offereins misbruik maakte van procesrecht door de zaak aanhangig te maken en vorderde vergoeding van de volledige proceskosten. Het kort geding was één van de vele pogingen uit dezelfde hoek om Ornstein ervan te weerhouden te publiceren over corrupte en frauduleuze praktijken: een zogenaamde SLAPP-suit (Strategic Lawsuit Against Public Participation). De voorzieningenrechter achtte helaas dat "de hoge lat die geldt bij misbruik van procesrecht" niet gehaald werd, en wees ook de vordering van Ornstein af.

Op 14 januari jl. heeft Offereins hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Ornstein ziet het hoger beroep met vertrouwen tegemoet.

Ornstein wordt bijgestaan door advocaat Elles ten Vergert.

Heeft u een vraag?

Lees in onze privacy verklaring hoe wij omgaan met uw persoonlijke gegevens.

Prakken d’Oliveira is een advocatenkantoor met expertise in en ervaring met asielrecht en regulier vreemdelingenrecht, Europees recht, bestuursrecht, (internationaal) strafrecht en mensenrechten. Onze advocaten verlenen advies en procederen in bezwaar bij de IND of de CTIVD, of voor rechtbank, gerechtshof, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, in cassatie voor de Hoge Raad, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), de Verdragscomités van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof (ICC) en diverse internationale tribunalen.