Nieuws 2020

Advocaten Göran Sluiter en Barbara van Straaten publiceerden onlangs een artikel in het Strafblad over ecocide: 'Ecocide als Internationaal Misdrijf? Perspectieven op Vervolging en Berechting in Nederland'. Het artikel is, met account, te downloaden via SSRN.

Het Gerechtshof Den Haag heeft vandaag een Syrische verdachte integraal vrijgesproken van deelneming aan een terroristische organisatie en betrokkenheid bij mensensmokkel. De rechtbank had de verdachte in 2018 tot 4 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor lidmaatschap van Jabhat al-Nusra en betrokkenheid bij de illegale reis van een andere Syrische vluchteling naar Nederland. 

In hoger beroep eiste het Openbaar Ministerie zes jaar gevangenisstraf. Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat voor beide feiten onvoldoende bewijs was en sprak de verdachte daarom integraal vrij. Het arrest van het Hof vindt u hier.

De verdachte werd in deze zaak bijgestaan door Frederieke Dölle

 

Zie ook: AD, Syrische asielzoeker vrijgesproken van deelname aan jihadgroep

 

Advocaten Liesbeth Zegveld en Elles ten Vergert hebben zich op donderdag 18 juni 2020 tot minister De Jonge gericht in verband met de beperkende maatregelen die nog altijd in veel verpleeghuizen worden gehandhaafd. Zij verzochten hem uiterlijk woensdag 24 juni openbaar te communiceren op welke wijze verpleeghuizen (ten minste) de fundamentele rechten van hun bewoners moeten garanderen. Op 23 juni traden zij in gesprek met het ministerie van VWS. Minister De Jonge heeft op 24 juni in de landelijke persconferentie duidelijk gemaakt dat bezoek bij verpleeghuizen niet meer beperkt hoeft te worden als de locatie vrij is van besmettingen, en bewoners gewoon weer naar buiten kunnen. Dat geldt niet vanaf 1 of 15 juli, maar nu al. Verpleeghuizen hebben dus geen basis meer om niet per direct bezoek toe te laten, en hun bewoners ervan te weerhouden de instellingen te verlaten.

Als instellingen de maatregelen desondanks niet versoepelen, kunnen mensen verwijzen naar (1) de brief van de advocaten aan de minister van 18 juni 2020 (die vindt u hier) (2) de persconferentie van 24 juni 2020 en (3) de brief die De Jonge schreef aan de Tweede Kamer van 24 juni 2020 (die vindt u hier). In laatstgenoemde brief stelt De Jonge in hoofdstuk 8:

“Nu het aantal besmettingen op een fors lager niveau is gekomen, is het belangrijk om de ruimte die er is te benutten en elkaar weer te ontmoeten.

Als er geen besmetting is op de locatie, dan betekent dit dat er op voorhand geen beperkingen meer gelden voor het ontvangen van bezoek, noch wat betreft aantal bezoekers noch wat betreft de frequentie van bezoek. Dit geldt temeer voor de stervensfase, waarin het contact met naasten bijzonder waardevol is. Ook zijn bewoners vrij om naar buiten te gaan als zij dat wensen.

Het mogelijk maken van alle bezoek dient uiteraard in goed overleg binnen de instelling plaats te vinden en moet praktisch uitvoerbaar zijn.

[…]

Ik vertrouw erop dat alle locaties die COVID-vrij zijn nu ook de laatste stap zullen zetten naar het nieuwe normaal, met inachtneming van de 1,5 meter richtlijn.”

Wij hopen dat instellingen naar aanleiding van deze informatie de maatregelen aanpassen. Zo niet, kunnen mensen zich tot de inspectie wenden. De inspectie zal bij drie klachten in actie komen. 

Eerdere berichten

Voor het eerst is de Nederlandse Staat gadagvaard voor de onrechtmatige scheiding van moeders van hun kinderen in de periode 1956 tot 1984.

In deze periode deden duizenden ongehuwde vrouwen afstand van hun kind ter adoptie, vaak onder druk van de autoriteiten. Mevrouw Scheele-Gertsen is een van deze vrouwen. Zij beviel in 1968 van een gezonde zoon die zij graag wilde grootbrengen. Omdat zij op dat moment niet getrouwd was, werd zij als ongehuwde moeder gediscrimineerd. Onder druk van onder andere de Raad voor de Kinderbescherming heeft zij echter afstand moeten doen van haar zoon.

De toepasselijke wet verplichtte de Nederlandse Staat ook toen om slechts bij wijze van uitzondering in te grijpen in de familierechtelijke verhouding van moeder en zoon. Bovendien was de Staat verplicht om moeder en kind te ondersteunen zodat zij zo veel mogelijk in staat zouden zijn bij elkaar te blijven.  De de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft zijn wettelijke bevoegdheden echter ingezet om mevrouw Scheele-Gertsen ertoe te bewegen afstand te doen van haar zoon. Onder andere zette hij mevrouw Scheele-Gertsen onder druk en hield haar voor dat het belang van haar zoon vergde dat zij afstand van hem zou doen. De scheiding van zijn moeder was echter niet in het belang van haar zoon. De scheiding van zijn moeder leidde ertoe dat hij bijna 3 jaar in een kindertehuis verbleef, waar hij ernstig ziek werd als gevolg van zijn verblijf in het tehuis. Op deze wijze heeft het handelen van de Staat zowel de belangen van mevrouw Scheele-Gertsen als moeder en die van haar zoon ernstig beschadigd.

Veel andere vrouwen hebben een vergelijkbaar lot ondergaan. Zij gingen een leven lang gebukt onder gevoelens van schuld, schaamte en angst. Bureau Clara Wichmann komt op voor deze vrouwen en vordert dat er erkenning komt voor het leed dat hen is aangedaan. Ook Stichting de Nederlandse Afstandsmoeder ondersteunt de zaak.

Om de gerechtelijke procedure te bekostigen zijn mevrouw Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann een crowdfundingactie gestart, meer informatie daarover kunt u hier vinden.

Mevrouw Scheele-Gertsen en Bureau Clara Wichmann worden in deze zaak bijgestaan door advocate Lisa-Marie Komp.

foto trudy 6

[Foto: Trudy Scheele-Gertsen | Bron: privécollectie TSG]

Veel maatregelen die verpleeghuizen hebben getroffen om hun bewoners te beschermen tegen het coronavirus zijn onrechtmatig. Hoewel de Staat opriep tot het sluiten van de verpleeghuizen (bezoek was niet langer welkom, bewoners mochten niet meer naar buiten), bestaat daarvoor geen wettelijke grondslag. Verpleeghuizen mogen bewoners niet zonder wettelijke grondslag opsluiten. Ook zijn veel maatregelen, zeker nu de rest van Nederland versoepelt, niet proportioneel. Het recht op familieleven wordt geschonden, en ook is er in veel gevallen sprake van onmenselijke behandeling in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens. 

Namens de Cliëntenraad van Stichting Amsta, locatie Vondelstede, hebben advocaten Liesbeth Zegveld en Elles ten Vergert de instelling aansprakelijk gesteld voor de strikte maatregelen die zij hanteerden. De instelling schond daarmee de mensenrechten van haar bewoners. De Cliëntenraad vroeg daarom de regels te versoepelen. Stichting Amsta heeft inmiddels laten weten de maatregelen te gaan aanpassen conform de eis van de Cliëntenraad.

Stichting Amsta is niet de enige zorginstelling die te rigoureuze maatregelen heeft ingezet. De advocaten hebben daarom namens de Cliëntenraad en een aantal andere individuen wier naasten in verschillende zorginstellingen woonachtig zijn ook een brief gestuurd aan minister De Jonge. De Staat heeft immers opgeroepen tot het sluiten van de verpleeghuizen, en is medeverantwoordelijk voor de ontstane situatie. Aan minister De Jonge is dringend verzocht duidelijk te communiceren dat de zorginstellingen de fundamentele mensenrechten van bewoners en families hebben te respecteren. U vindt de brief aan minister De Jonge hier. De Jonge heeft inmiddels gezegd "snel met Zegveld in gesprek te willen".

Op 25 maart 2020 wees de rechtbank Den Haag bij eindvonnis de vorderingen toe van verschillende kinderen en weduwen van mannen die in 1947 op Zuid-Sulawesi door het Nederlandse leger standrechtelijk waren geëxecuteerd. Inmiddels is bekend dat partijen geen hoger beroep zullen instellen tegen dat eindvonnis, zodat het na het verstrijken van de appeltermijn later deze maand onherroepelijk wordt.

De zaken van de weduwen wier vorderingen door de rechtbank zijn toegewezen zullen met de Staat worden geschikt op grond van het buitengerechtelijk traject dat de Staat in 2013 had opengesteld aan weduwen van mannen die omkwamen i.h.k.v. standrechtelijke executierondes ‘van vergelijkbare aard en ernst als Rawagedeh en Zuid-Sulawesi’ (de ‘Bekendmaking’; geldig tot 11 september 2021). De weduwen ontvangen conform die Bekendmaking elk en compensatiebedrag van Euro 20.000 van de Staat.

Voor de kinderen van standrechtelijk geëxecuteerden bestaat vooralsnog géén met de Bekendmaking vergelijkbaar buitengerechtelijk traject. De Staat heeft echter vorige week laten weten dat die er nu wel zal komen. De contouren daarvan zullen in de komende periode worden uitgewerkt.

Door het openstellen van deze regeling voor kinderen van standrechtelijk geëxecuteerden, komt de Staat (eindelijk) tegemoet aan het pleidooi van deze groep nabestaanden om gelijk te worden behandeld als de weduwen. Jegens de kinderen heeft de Staat zich namelijk steeds op het standpunt gesteld dat hem wél een beroep op verjaring toekomt omdat kinderen ‘minder direct’ door de executies zouden zijn geraakt dan weduwen. Dat betoog is reeds meermalen door de rechtbank Den Haag verworpen, voor het eerst bij tussenvonnis van 11 maart 2015 in de onderhavige zaken; het tussentijds appel dat de Staat tegen dat verjaringsoordeel aanspande sneuvelde op 1 oktober 2019 bij het gerechtshof Den Haag.

De eisers en eiseressen in de onderhavige zaken worden sinds jaar en dag bijgestaan door advocaten Liesbeth Zegveld en Brechtje Vossenberg. De advocaten staan ook slachtoffers en nabestaanden bij in vergelijkbare zaken over het oorlogsgeweld dat de Staat tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in het voormalig Nederlands-Indië heeft gepleegd. 

Eerdere berichten

Onze advocate Frederieke Dölle heeft bij 3FM nog eens uitgelegd waarom het wijs kan zijn om tegen Coronaboetes in verzet te gaan. Luister het hele fragment hier terug. 

Heb jij ook een boete opgelegd gekregen voor het overtreden van de Corona-maatregelen en ben je het hier niet mee eens? Wij helpen je graag. Neem contact met ons op!

De kritiek op Coronaboetes zwelt aan. Vandaag werd bekend gemaakt dat het Openbaar Ministerie voor het eerst een strafbeschikking voor het overtreden van de coronamaatregelen (in de volksmond de 'Coronaboete') heeft ingetrokken. Eerder uitte onze advocate Frederieke Dölle in Trouw ook al kritiek op de vaak willekeurige handhaving van de regels en de zwakke legitimiteit van de wetgeving waarop de boetes zijn gebaseerd. 

Wij blijven mensen aan wie een boete is opgelegd daarom adviseren om verzet aan te tekenen tegen de boete. De zaak wordt dan alsnog beoordeeld door een rechter. De ervaring leert dat rechters beter naar de omstandigheden van het geval kijken en minder snel tot een (hoge) strafoplegging komen. Bovendien leert het nieuws van vandaag dat het Openbaar Ministerie in sommige gevallen ook bereid zal zijn de boete in te trekken. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frederieke Dölle of Barbara van Straaten.

Lisa-Marie Komp is door het vakblad Mr. uitgeroepen tot Mr. van de Week. Aanleiding is het optreden van Komp als raadsvrouw van Dilani Butink in een zaak tegen de Nederlandse Staat en de Stichting Kind en Toekomst over illegale adoptie. Het volledige interview met Lisa-Marie kunt u hier teruglezen.

Dagblad Trouw besteedt vandaag in een artikel aandacht aan de onzekerheid rondom, en mogelijke onrechtmatigheid van, Coronaboetes. Advocate Frederieke Dölle werd gevraagd om commentaar vanuit haar expertise als advocaat van personen die een Coronaboete ontvingen. Zij gaat onder andere in op de bredere problematiek als gevolg van de huidige noodwetgeving. De Coronamaatregelen leiden in de praktijk tot een ernstige beknotting van grondrechten en vrijheidsrechten. Die situatie is op de lange termijn onhoudbaar, aldus Dölle. 

Lees het volledige artikel hier terug. 

Heeft u een vraag?

Lees in onze privacy verklaring hoe wij omgaan met uw persoonlijke gegevens.

Prakken d’Oliveira is een advocatenkantoor met expertise in en ervaring met asielrecht en regulier vreemdelingenrecht, Europees recht, bestuursrecht, (internationaal) strafrecht en mensenrechten. Onze advocaten verlenen advies en procederen in bezwaar bij de IND of de CTIVD, of voor rechtbank, gerechtshof, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, in cassatie voor de Hoge Raad, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU), de Verdragscomités van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof (ICC) en diverse internationale tribunalen.